Ik heb die dagen met het fietsen met mijn ouweheer overigens wel
altijd als prettig ervaren, ondanks onze totaal verschillende meningen en niet alleen de politieke. Maar
hoe dan ook, we fietsten veel, maar het werd hem, hij werd snel ouder, allemaal al vroeg en snel wat teveel en mijn
carrière begon, ik zei het al, toen ook nog eens te lopen als een trein. Dus ja dat fietsen ging snel minder worden. Ik verdiende, ik geloof
dat ik het al zei, (goddomme, die pillen) te verdienen als een goudfazant. (Zei
mijn verpleger Gerrit, die een stukkie las, verdienen goudfazanten dan, ha, ha,
grappig, Ger.) Nu ja, toen kwam Jo
Janneke in mijn leven. Ze had rechten gedaan, ook in Amsterdam en was op zoek
naar een stage plek, want dan kon ze, na een maand of zes, haar studie afmaken
en zelf aan de slag gaan, of kwam ze in elk geval bij een kantoor te zitten dat haar
een goede portefeuille zou kunnen gaan geven. Ze kwam, totaal verzopen binnen,
in mijn kleine kantoor en ging helemaal bezopen weer weg. Het was zo een
typische herfstdag in oktober. Een harde en hoge wind en een neerslaande regen die
de laatste herfstbladeren van de bomen rukten en ze neergooiden op de straten van
de gracht en ze lieten neerdwarrelen op het onstuimige water. De wereld ging in de herfst modus merkte ik en ik haat de herfst en de winter. Ik was dan ook in een
melancholische bui. Ik stond wat voor het raam van mijn kantoor op en neer te
staan op de ballen van de voet, waaraan ik net nieuwe en chique gekleurde
handgemaakte Jan Jansen schoenen aan had getrokken naar buiten te kijken.
Ik had net weer eens een deal gemaakt met wat maten uit de
wereld die niet die van jullie is (en hopelijk zo blijft) en had een bankrekening nagekeken op een van
die redelijk anonieme banken die in de Cariben is gestationeerd en, ja, ik voelde me niet
onprettig, ondanks de neerslaande regen. Ik had nog wel een moeilijke zaak
liggen. Een van de gabbertjes van Samuel White, je weet nog wel, had iets
onaardigs gedaan bij een jonge vrouw. Nu ja, onaardig, dat was zelfs in mijn
vocabulaire ongepast. En dat wilde wat zeggen. De man, die beschuldigd werd was
een Rashid M. Hij kwam ergens uit Noord Afrika en werd verdacht van het
verkrachten van een jonge Turkse vrouw. Nu ja, het woord jong is natuurlijk
niet echt geldig als het gaat om een meisje van dertien. Dat woord zou kind
moeten zijn. Rashid had een hoop geld betaald voor het meisje, zuur verdiend
geld natuurlijk, goh man, hij was een witwasser en zo, maar der was geen speld
tegen hem, nu ja, geen enkele bewijs tegen hem en dat had ik weer goed gedaan,
inclusief een aardig honorarium. Maar, godver, het meisje wist weg te komme,
eh, te komen, uit de woning ergens in Noord of zo, waar ze, helemaal tegen haar
zin, werd vastgehouden. Die R., zoals hij dan vanaf nu gaat heten, was een man
die haar door wilde sluizen naar een van zijn grote contacten, in zijn
drugswereld, natuurlijk. Hij wilde haar als maagd overdoen aan een Albanees,
ene Timo Z., die op zoek was naar een echte ongerepte maagd om die cadeau te
doen aan een van zijn vaste klanten op het Arabisch schiereiland, maar R. had
nogal veel interesse in (vooral jonge) vrouwen en vond het vervelend dat die
Timo, of die ene Arabische sjeik, het alleen gebruik voor het meisje zou
hebben. Dus pakte hij haar ook, zonder de koopwaar te beschadigen. Jawel, hij
nam het arme kind anaal en vele en vele malen!
Ik ben geen aardige jongen geweest, nooit niet en nu nog steeds niet
eigenlijk, maar de politiefoto’s van dat arme meisje lieten me niet koud. Wat
ik daarop zag was ten hemel schreiend en ik vroeg me toen voor het eerst eens
serieus af met wat voor gasten ik handel en wandel dreef, nu ja, wat voor soort
achterlijke gekken ik verdedigde. Ik kreeg R. vrij, dat wel, hij had een of
ander motief dat zij maagd wilde blijven tot haar trouwen en dat R. had gezegd
dat hij met haar wilde trouwen, en dat zij ook een vaginale maagd wilde
blijven, maar de blikken van het meisje en haar moeder, die zo vervuld waren
van haat, zullen me tot het einde van mijn dagen vervullen. 'Maar', zei de
doodgraver terwijl hij het zand op de kist wierp, 'het is je werk.'
Goed, de deurbel ging en mevrouw Peters, die mijn
secretaresse was, of was het ondertussen een van die andere meiden? Babette? Nee, die was al lang weer weg. In
ieder geval, ik zat al weer achter mijn bureau en kreeg een telefoontje van De
Neus. Hij zat in de shit en Willem was er nu ook al niet meer. Nee, krijg de koelere maar, heb ik toen
nog gezegd, raar hé? Neus gooide de hoorn neer, zouden mijn ouders gezegd
hebben, maar hij klikte gewoon uit, natuurlijk. En toen werd zij aangediend. Jo
Janneke.
Nee, er zijn geloof ik wat mannen die dit meelezen, die meelezen,
mannen van ooit, vrienden die ik een paar keer per jaar zie maar altijd blijf
volgen en koesteren, ze was geen Playboy model, integendeel. Maar ze had wat,
iets dierlijks, iets zo vrouwelijks, ik mag het woord geil niet gebruiken,
geloof ik, maar ik was meteen terug op de wereld, met beide voeten tegelijk!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten