dinsdag 23 september 2014

Jo Janneke



Volgende aflevering, acht toch?



Zoals ik al zei, zij, Jo Janneke was geen Playboy model, maar ze was ook niet het echte tegendeel. Maar ze had wat, iets dierlijks, iets zo vrouwelijks, ik mag het woord geil geloof ik niet gebruiken, maar ik was meteen terug op de wereld en wel met beide voeten tegelijk! God, wat had die griet wat, wat een uitstraling, wat een levendigheid, wat een, nu ja, ik weet het niet meer en toen heb ik het ook niet geweten, geloof ik, maar het was een fantastische meid. (Met tieten, ook, ja, dat viel dan wel op, hoor) Dat zij dus ook nog eens degene was die aan de rand van mijn “downfall” zou staan, had ik nooit geloofd, begrijp je. Maar hoe dan ook, ik nam haar in dienst, als stagiaire en volgens de meiden van kantoor voldeed ze perfect. Na een maand of zo kon ik haar een vast contact geven. Ik had nu een aardige clientèle van niet zo aardige cliënten, je weet het al, temeer omdat een van mijn vaste meiden vertrok, wegens zwangerschap en ze, na haar bevalling, wilde moederen. Ik kende haar man ook goed en die verdiende behoorlijk veel zout in de nodige pap. We hadden samen school gegaan en hij was de handel in gegaan. Hij deed slimme dingen op de beurs, voorkennis en zo, het was een “high roller” en verdiende zoveel dat ‘ie er een huis aan de plas aan over had gehouden. De plas, ja, Vinkeveen, je weet wel.

Kijk, der zijn dingen die je kan “doen met poen”, dat zei een ouwe goeroe van me, een oud hoogleraar economie. Nu zou ik, als ik zoveel munten had als hem, de man van die vaste meid dus, never en nooit in Vinkeveen zijn gaan wonen, hoor. Ik vind het een proletendorp, dat mag enige naam hebben. De hele Gooise matras heeft daar, maar ook in Loosdrecht natuurlijk, gewoond. Allemaal van die typetjes die helemaal niks kunnen behalve zo aanstellerig mogelijk over te komen op Tv en radio. Die televisie is natuurlijk een zelf likkende lolly. Ik bedoel: je hebt van die programma’s als DWDD, Pauw of Knevel en zijn holmaatje Brink, of zukse zaken. Nee, ik kijk er niet naar, maar soms ontkom je er niet aan, natuurlijk. Je zit wel eens bij iemand op bezoek, of in een vage kroeg en dan krijg je die televisie meuk in je gezicht gesmeten.

Hoewel mijn advocaten wereldje nu ook niet de meest koosjere is, wij spelen elkaar ook de bal toe, poen is poen, ik zei het al, zijn we, behalve de echt slechte mensen uit mijn vak, (de Brammen en de Benendichtus' en de Meierdings en hoe al die gasten mogen heten, ik mag niet te veel namen noemen) wel zo, dat we nauwelijks in het nieuws willen (en volgens de code) niet mogen komen. Ik zie een van die confraters tegenwoordig, nu ja, toen ik nog met Jo Janneke was, nogal op eens op de buis. Jo Janneke  keek wel naar die meuk die ik al noemde, en ik zag dus geregeld die confrère optreden in een soort show programma, over Tv sterren en zo, waarin de man zich nogal profileerde.

Hij komt overigens uit een geslacht van advocaten met een naam die uit Oost Europa zou kunnen stammen en misschien vernoemd is naar de hoofdstad van Rusland. Zijn pa was al advocaat. De man, hij was Joods geloof ik, nou ja, hij was Joods, had gelukkig de kampen van de Duitsers overleefd. Hij was een bekende strafpleiter geworden en had een hele dynastie van zonen gesticht die er ook in door zouden gaan. De meeste van die mannen faalden, behalve dus B. Hem wachtte een grote toekomst en hij werd al snel opgenomen in de rij van de BN’ers. (Maar ja, soms gaan dingen helemaal fout, dus ook in zijn geval.)

Dat zijn de figuren die, ik schreef het al even, in een eeuwigdurende ronde dans, elkaar de bal blijven toespelen en wachten tot ze kunnen scoren met alweer een boekje met uitspraken of een Cd’tje met alweer een gejatte melodie of zo of, in het beste geval, met een mening die niet helemaal correct is, of een programma op de Tv waar mensen hun darmen legen en dat willen laten zien. En ja, ik ben cynisch.)

Maar het zijn allemaal nietsnutten, die nog nooit moe van het werken geweest zijn, maar in ieder geval nog nooit een originele gedachte in hun leven gehad hebben, maar die wel worden geïdealiseerd en worden uitgeroepen als helden van het land. Want: ze hebben een plaatje gemaakt, een kinderlijk gedichtje geschreven en gezongen, songfestival, en een foto laten maken in der lui blote toges.

Daar waar er, en nu ben ik echt cynisch, mensen zijn die post traumatische stress syndromen hebben opgelopen door dat ze wel het Vaderland vertegenwoordigden.

Maar, je merkt het al wel in mijn schrijven, de therapie van die maffe broeders helpt wel. Ik an, kan, beter uit mijn woorden komen, nu. Broeder Hubertus is langs geweest en heeft me uitgelegd dat zij, in deze plek, niet zo geloven in allerlei aroma therapieën, maar gewoon gaan voor de echte middelen, die in doordruk strip of uit een injectienaald komen.

Nou ja, ik voel me beter, nu.




maandag 22 september 2014

Zeven, zo ver alweer?


Ik heb die dagen met het fietsen met mijn ouweheer overigens wel altijd als prettig ervaren, ondanks onze totaal verschillende meningen en niet alleen de politieke. Maar hoe dan ook, we fietsten veel, maar het werd hem, hij werd snel ouder, allemaal al vroeg en snel wat teveel en mijn carrière begon, ik zei het al, toen ook nog eens te lopen als een trein. Dus ja dat fietsen ging snel minder worden.  Ik verdiende, ik geloof dat ik het al zei, (goddomme, die pillen) te verdienen als een goudfazant. (Zei mijn verpleger Gerrit, die een stukkie las, verdienen goudfazanten dan, ha, ha, grappig, Ger.) Nu ja, toen kwam Jo Janneke in mijn leven. Ze had rechten gedaan, ook in Amsterdam en was op zoek naar een stage plek, want dan kon ze, na een maand of zes, haar studie afmaken en zelf aan de slag gaan, of kwam ze in elk geval bij een kantoor te zitten dat haar een goede portefeuille zou kunnen gaan geven. Ze kwam, totaal verzopen binnen, in mijn kleine kantoor en ging helemaal bezopen weer weg. Het was zo een typische herfstdag in oktober. Een harde en hoge wind en een neerslaande regen die de laatste herfstbladeren van de bomen rukten en ze neergooiden op de straten van de gracht en ze lieten neerdwarrelen op het onstuimige water. De wereld ging in de herfst modus merkte ik en ik haat de herfst en de winter. Ik was dan ook in een melancholische bui. Ik stond wat voor het raam van mijn kantoor op en neer te staan op de ballen van de voet, waaraan ik net nieuwe en chique gekleurde handgemaakte Jan Jansen schoenen aan had getrokken naar buiten te kijken.

Ik had net weer eens een deal gemaakt met wat maten uit de wereld die niet die van jullie is (en hopelijk zo blijft) en had een bankrekening nagekeken op een van die redelijk anonieme banken die in de Cariben is gestationeerd en, ja, ik voelde me niet onprettig, ondanks de neerslaande regen. Ik had nog wel een moeilijke zaak liggen. Een van de gabbertjes van Samuel White, je weet nog wel, had iets onaardigs gedaan bij een jonge vrouw. Nu ja, onaardig, dat was zelfs in mijn vocabulaire ongepast. En dat wilde wat zeggen. De man, die beschuldigd werd was een Rashid M. Hij kwam ergens uit Noord Afrika en werd verdacht van het verkrachten van een jonge Turkse vrouw. Nu ja, het woord jong is natuurlijk niet echt geldig als het gaat om een meisje van dertien. Dat woord zou kind moeten zijn. Rashid had een hoop geld betaald voor het meisje, zuur verdiend geld natuurlijk, goh man, hij was een witwasser en zo, maar der was geen speld tegen hem, nu ja, geen enkele bewijs tegen hem en dat had ik weer goed gedaan, inclusief een aardig honorarium. Maar, godver, het meisje wist weg te komme, eh, te komen, uit de woning ergens in Noord of zo, waar ze, helemaal tegen haar zin, werd vastgehouden. Die R., zoals hij dan vanaf nu gaat heten, was een man die haar door wilde sluizen naar een van zijn grote contacten, in zijn drugswereld, natuurlijk. Hij wilde haar als maagd overdoen aan een Albanees, ene Timo Z., die op zoek was naar een echte ongerepte maagd om die cadeau te doen aan een van zijn vaste klanten op het Arabisch schiereiland, maar R. had nogal veel interesse in (vooral jonge) vrouwen en vond het vervelend dat die Timo, of die ene Arabische sjeik, het alleen gebruik voor het meisje zou hebben. Dus pakte hij haar ook, zonder de koopwaar te beschadigen. Jawel, hij nam het arme kind anaal en vele en vele malen!

Ik ben geen aardige jongen geweest, nooit niet en nu nog steeds niet eigenlijk, maar de politiefoto’s van dat arme meisje lieten me niet koud. Wat ik daarop zag was ten hemel schreiend en ik vroeg me toen voor het eerst eens serieus af met wat voor gasten ik handel en wandel dreef, nu ja, wat voor soort achterlijke gekken ik verdedigde. Ik kreeg R. vrij, dat wel, hij had een of ander motief dat zij maagd wilde blijven tot haar trouwen en dat R. had gezegd dat hij met haar wilde trouwen, en dat zij ook een vaginale maagd wilde blijven, maar de blikken van het meisje en haar moeder, die zo vervuld waren van haat, zullen me tot het einde van mijn dagen vervullen. 'Maar', zei de doodgraver terwijl hij het zand op de kist wierp, 'het is je werk.'



Goed, de deurbel ging en mevrouw Peters, die mijn secretaresse was, of was het ondertussen een van die andere meiden? Babette? Nee, die was al lang weer weg. In ieder geval, ik zat al weer achter mijn bureau en kreeg een telefoontje van De Neus. Hij zat in de shit en Willem was er nu ook al niet meer. Nee, krijg de koelere maar, heb ik toen nog gezegd, raar ? Neus gooide de hoorn neer, zouden mijn ouders gezegd hebben, maar hij klikte gewoon uit, natuurlijk. En toen werd zij aangediend. Jo Janneke.

Nee, er zijn geloof ik wat mannen die dit meelezen, die meelezen, mannen van ooit, vrienden die ik een paar keer per jaar zie maar altijd blijf volgen en koesteren, ze was geen Playboy model, integendeel. Maar ze had wat, iets dierlijks, iets zo vrouwelijks, ik mag het woord geil niet gebruiken, geloof ik, maar ik was meteen terug op de wereld, met beide voeten tegelijk!







zaterdag 13 september 2014

Nu weer maar eens (6?)

Ik ben nu alweer een aantal dagen droog en ik zie op mijn berichten dat ik helemaal verkeerd aan het nummeren, ben, geloof ik. Nou ja, dat heeft broeder Charles voor me opgelost, begrijp ik.


6e deel alweer



Godver de godver, die kut pillen! Man, ik lijk wel een fucking zombie, man. Berkelhage en Broddel, fuck jullie, man. Phew, ik kan amper denken. Most weer van die meuk slikken, weet je niet. Maar ik ben der een beetje klaar mee, ik wil nu gewoon mijn dingen doen, hoor. Ik weet best dat die verslaving nog steeds in me zit, maar, heb ik gelezen dat zoiets in de genen zit. Die owuwe eh, ouwe van me, was verslaafd aan de politiek, nu ja, de linkse opvatting daarvan dan. Zo van, laat alle minderbedeelden tot me komen, weet je wel, zo iets als dat erop het standbeeld van het Vrijheidsbeeld staat. Dus hebben hij en zijn linkse vriendjes alle deuren opengezet en vooral alle grenzen om dat volk uit die landen waar vrouwen en homo’s ter dood worden veroordeeld binnen te laten. En vervolgens hebben ze die lui huizen en uitkeringen en heel veel poen voor heel veel, vaak helemaal niet bestaande kinderen gegeven. Maar die linkse fokkers, nee de partijen, niet de lui die ze binnenhalen, hebben wel hun bek vol kritiek op mij en mijn collegae, wij mannen en vrouwen die wat verdienen om gasten te helpen om een straf te ontlopen. Ze willen onze honoraria verminderen.  Terwijl die linkse idioten miljarden in een enorm gat hebben gedumpt (en nog doen) omdat het of: ontwikkelingsgeld was, of omdat een of andere Paki zei dat hij thuis in Islamabad, ja, ja, het is bad in Islam, nog zestien andere kinderen had. Ja, maak me gek. Dat zei ik ook ooit tegen mijn ouwe, toen in Vinkeveen. (of was dat Abcoude?) Maar ja, je kent die linkse Harry’s niet? Ze hebben altijd gelijk, toch? Ik zei dat die Wim Kok en die, hoe heet ‘ie nog maar weer, die Wouter Bos, die ook minister president is geweest, eerst miljarden uitgaven aan allemaal niet bestaande kinderen en instellingen en later, nadat ze afgetreden waren, miljoenen verdienden als commissarissen bij grote banken. Die banken die ons land en de pensioenen van de werkende mensen naar de kloten hielpen, maar hi zeit nks terug. Hij zei niets terug, dus, mijn pa, dus. (kutpillen)

Dat kon ook eigenlijk niet want hij had net zijn mond vol appeltaart en zijn ogen gericht op een of andere lekkere meid, die, samen met een vriendin, net van hun fietsjes stapten. De dames hadden koerskleding aan, maar die zat strak zat en, nu ja, het verhulde niet veel. Even waren pa en ik gewoon kerels, die zich verlustigden aan dat gene wat vrouwen te bieden hebben. Heerlijke rondingen en mooi, zacht en veel gebruind vel en zo.

Ik moet er wel bij vermelden dat zijn tweede vrouw, die niet mijn moeder was overigens, al een jaar of wat daarvoor was overleden. Mijn moeder heb ik nauwelijks gekend. Ze was er ooit met een of andere vent van door gegaan toen ik een jaar of drie was. Wat die ouwe van me vertelde was het een “kapitalist” geweest, zo een politicus van de VVD, of zo. Die twee, mijn ma en die rechtse rukker dan, hadden elkaar leren kennen tijdens een feestje in Nieuwspoort, dat Haagse wereldje waar journalisten en Kamerleden en politici elkaar ontmoeten. (Ik ben later eens wat navraag gaan doen bij vroegere kennissen van mijn pa en ma en ik hoorde dat het helemaal geen politicus was, maar een of andere journalist van de NRC. Ze ) Maar goed, pa had me jaren lang alleen opgevoed en was uiteindelijk tegen zijn tweede vrouw aangelopen. Een of andere dame die nog linkser was dan hij. Ze zat bij de PSP, goddomme. De Pacifistisch Socialistische Partioj, eh Partij, een afscheiding van de CPN, de Nederlandse communisten. Hij werd helemaal lijp van haar, maar waarom? Ze zal het wel lekker gedaan hebben of zo, want ik hoorde, ik puberde in die tijd geloof ik, af en toe een hoop gekreun en gesteun en allerlei aanmoedigende kreten van haar uit hun slaapkamer komen! ‘Iets meer naar rechts, nee, iets meer naar links nu’ en zo en dacht, naïef als ik was als kind, dat ze het over zetelverdeling hadden in de kamer, maf niet?

Ze mocht mij niet, hoor. Ze was een zogenaamde vrije vrouw, zoals je dat had in die jaren. Ze droeg geen BH. Dat was bourgeois, bleek. Ze had overigens enorme hangtieten. Nu ja, ze had enorme tieten die, door hun volte, hingen en ja, als dertien jarige deed ik de daad van onanie bij de gedachte eraan weleens, nu ja, vaak. Ook liep ze vaak in der blote toges door het huis, maar mijn pa wees erop dat er ook een jonge jongen woonde, die wel eens wat gevoelens zou kunnen hebben en zo. Ik vond het niet zo erg. Ik had af en toe een glimp van de driehoek met donker en krullend haar opgevangen en wist dat daar het geheim schuilde waar vrouwen hun kerels gek meemaakten, ook die linkse ouwe van mij, die altijd zijn bek vol had over “de gelijkheid der seksen.”  

dinsdag 9 september 2014

Derde



Derde verhaal

Tja, en daarna begon het dus allemaal. Of liever gezegd, toen eindigde het eigenlijk, moet ik meer precies zeggen. Hoe het allemaal wel begon, da’s vrij snel verteld. Ik kom uit een, van oorsprong, rood nest, mag je wel zeggen. Mijn overgrootvader was een van de mannen geweest die de spoorwegstaking van 1903, je weet wel (Als Uw machtige arm het wil, ligt gans het raderwerk stil) mee organiseerde. Mijn grootvader was weer heel actief betrokken bij de Februaristaking in 1941 (van dat beeld van de dokwerker, op het Jonas Daniel Meijerplein) en mijn pa, deed in de jaren zestig zijn best om te zorgen dat de USA zich terug ging trekken uit Vietnam. (Yankee go home, Johnson moordenaar en zo).
Dus zou je zeggen dat ik in de jaren negentig zo een links studentje was, met lang, vet en ongekamd haar en zo’n derde wereldbrilletje op en zo. Nou dat klopt. Ik was zelfs even lid, sterker nog, medeoprichter van een ultra linkse studentenpartij die ooit sympathiseerde met RaRa, die maffe club die ooit het huis van een staatssecretaris in de hens stak en Hans Janmaat naar het leven stond
Dat was dan wel voordat ik door kreeg dat in de linkse hoek absoluut geen ene cent te makken was en vooral niet genoeg poen te verdienen was om mijn redelijk dure hobby’s te kunnen betalen. En dat je van idealen en van linkse kreten niet echt brood kon kopen of een goede maaltijd. En nee, die hobby's waren toen nog geen witte lijnen die je door een bankbiljet in je neus liet verdwijnen of te dure en te verkeerde vrouwen, maar ik had in die jaren wel al een passie opgedaan die ook wel behoorlijk veel poen kostte, namelijk: "fietsen". Nu ja het werkwoord kost niet zoveel, eerlijk gezegd. Af en toe een bak koffie met een appelpunt, weet je niet, maar het zelfstandig naamwoord kostte meer en vooral als je het goed wilde doen.
Hoe kwam ik nu op die liefde voor beide soort woorden? Nou ja, mijn grootvader en mijn ouwe heer, hoewel zo rood als het maar kan, hadden allebei een pleuris hekel aan Mart S., kennen jullie hem? Een zelf vergenoegde en door zich zelf steeds meer gepromote sport ouwehoer die allerlei schaats- en wielerwedstrijden versloeg en becommentarieerde. Hij had dan vaak op de late avond nog een of ander praatprogramma, een ‘tokshow’ zei mijn opa altijd, waarin niet zijn gasten belangrijk waren of zo, maar alleen die man uit een of ander provincie nest kwam, die een fiets nog niet kon onderscheiden van een brommer. (Oh, doet hij dat nog steeds en kan hij dat nog steeds niet? Kan, mijn leven is een tijd weggeweest, zeg maar.) 
Beide mannen waren toevallig wel gek op wielrennen en keken soms met zijn beiden, maar in ieder geval keek in ieder geval mijn pa, veel bij ons thuis, naar de koers. En met veel plezier en met veel genoegen, omdat hij, opa, er achter was gekomen dat hij ook een Belgische zender had, waarop er in die tijd al, heel kundig commentaar werd gegeven.
De Duitsers zeggen het zo fraai: “Wie ein Jungfrau zu kind kommt”, zo kwam ik bij het “zelf” gaan fietsen uit. Mijn grootouders en mijn ouders gaven me mijn eerste racefietsje, een echte Concorde. Ik heb het ding jaren lang bereden, gepoetst, onderhouden en er de halve wereld mee rond gereden, nu ja, qua kilometers dan en niet geografisch. Toen begon ik met mijn studie en raakte de fiets een beetje op de achtergrond, maar, toen ik wat ging verdienen, kocht ik mijn eerste en echte racefiets en meteen een dure, een Giant Team replica. Het was in de jaren van de ONCE ploeg, die enorme successen oogstte op dat merk Taiwanese fietsen. Maar, een (1) fiets is geen fiets en dus had ik als nel een viertal chique fietsen staan. Niet allemaal Giants, hoor, ik kocht ook nog eens twee dure Binachi’s en zo erbij. Ik had nu voor 24 ruggen in euro aan fietsen in mijn huis. (Maar daar had ik wel zwaar voor moeten lenen.)
Ik sloot me aan bij een club toerfietsers in de stad waar ik mijn eerste baan had. En, ik ging, de familie gedachte volgend, de linkse advocatuur in. Laat ik kort zijn: Na een aantal maanden was ik die linkse bullshit helemaal beu. Links lullen en rechts vullen en zo. Ik had veel krakers in mijn kring van cliënten. Soms waren het magere mannetjes en meisjes die echt een ideologie hadden, vaker waren het zoontjes en dochtertjes van BN’ers. Hun kinderen waren het vele Tv gedoe en het “ik kom weer eens op shownieuws” gedoe van pa en ma helemaal zat en soms wisten ze zelfs niet eens wie de echte of biologische pa of ma waren. Vaak wisten de pa’s en ma’s dat ook niet meer, doordat frequent vreemdgaan eerder de norm was in dat vreselijke wereldje. En geloof me, ik heb heel veel van die kinderen van die BN’ers in mijn klantenkring gehad hoor en dus, soms direct, soms indirect ook de ouders van hen. Neem een ding van me aan, de doorsnee roddelrubriek op de Tv of in de bladen zegt nog geen procent van de reële werkelijkheid. 
Zoals gezegd, die linkse Hanenkammen, ik was het helemaal zat. Der zat ook geen enkele cent in, eigenlijk. Maar door het contact met de pappa’s en mamma’s van die verwende krengen, kreeg ik ook contacten met de kringen waar in die mensen verkeerden. Vrij foute kringen, als ik eerlijk moet zijn. Dus stapte ik over naar een goed en waarschijnlijk in jullie ogen, rechts kantoor. En nee, dat was geen baan bij het kantoor van het bekende geslacht advocaten uit het zuiden van het land, met een Oost-Europese en misschien wel Joodse naam. Een geslacht advocaten dat welhaast een dynastie werd met goede en slechte takken aan de boom. (Achteraf blijkt dat de boom meer slechte dan goede takken bezit, overigens.) Nee, een kantoor zoals je het ooit wel eens zag op Tv, ik ben die naam natuurlijk kwijt, logisch ook, met mijn verleden, maar waar allemaal goede acteurs aan meededen. Oh ja, Keizer en De Boer, kan dat?
Daarna, ik had een goede en harde leerschool gehad, ging ik mijn eigen kantoor oprichten. De fiets bleef vanaf dat moment weer in mijn leven, soms iets frequenter gebruikt, soms iets minder, maar wel altijd onder hand bereik.
Ik kwam vooruit in de wereld, mijn kantoor, nu ja ik en een sloot aan secretaresses, begon naam te maken ook doordat de vroegere chefs met de moeilijke namen me af en toe zaakjes toe schoven en ik wat dubieuze zaken won en opeens stroomde het geld binnen. BINNEN! Ik bedoel echt BINNEN. Was ik op 1 mei nog een jong advocaat met nauwelijks een clientèle en veel Pro Deo zaken, dus met geen tot nauwelijks inkomen, op 1 augustus van dat zelfde jaar, kon ik negenhonderd euro per consult, per consult he, niet per opdracht, vragen. Dat had natuurlijk een reden en die reden heette Samuel White. Wat hij niet was. White dan, want hij was zo zwart en glimmend als een goed gepoetst stel marinierslaarzen en net zo hard. En net zo doortrapt.