dinsdag 9 september 2014

Derde



Derde verhaal

Tja, en daarna begon het dus allemaal. Of liever gezegd, toen eindigde het eigenlijk, moet ik meer precies zeggen. Hoe het allemaal wel begon, da’s vrij snel verteld. Ik kom uit een, van oorsprong, rood nest, mag je wel zeggen. Mijn overgrootvader was een van de mannen geweest die de spoorwegstaking van 1903, je weet wel (Als Uw machtige arm het wil, ligt gans het raderwerk stil) mee organiseerde. Mijn grootvader was weer heel actief betrokken bij de Februaristaking in 1941 (van dat beeld van de dokwerker, op het Jonas Daniel Meijerplein) en mijn pa, deed in de jaren zestig zijn best om te zorgen dat de USA zich terug ging trekken uit Vietnam. (Yankee go home, Johnson moordenaar en zo).
Dus zou je zeggen dat ik in de jaren negentig zo een links studentje was, met lang, vet en ongekamd haar en zo’n derde wereldbrilletje op en zo. Nou dat klopt. Ik was zelfs even lid, sterker nog, medeoprichter van een ultra linkse studentenpartij die ooit sympathiseerde met RaRa, die maffe club die ooit het huis van een staatssecretaris in de hens stak en Hans Janmaat naar het leven stond
Dat was dan wel voordat ik door kreeg dat in de linkse hoek absoluut geen ene cent te makken was en vooral niet genoeg poen te verdienen was om mijn redelijk dure hobby’s te kunnen betalen. En dat je van idealen en van linkse kreten niet echt brood kon kopen of een goede maaltijd. En nee, die hobby's waren toen nog geen witte lijnen die je door een bankbiljet in je neus liet verdwijnen of te dure en te verkeerde vrouwen, maar ik had in die jaren wel al een passie opgedaan die ook wel behoorlijk veel poen kostte, namelijk: "fietsen". Nu ja het werkwoord kost niet zoveel, eerlijk gezegd. Af en toe een bak koffie met een appelpunt, weet je niet, maar het zelfstandig naamwoord kostte meer en vooral als je het goed wilde doen.
Hoe kwam ik nu op die liefde voor beide soort woorden? Nou ja, mijn grootvader en mijn ouwe heer, hoewel zo rood als het maar kan, hadden allebei een pleuris hekel aan Mart S., kennen jullie hem? Een zelf vergenoegde en door zich zelf steeds meer gepromote sport ouwehoer die allerlei schaats- en wielerwedstrijden versloeg en becommentarieerde. Hij had dan vaak op de late avond nog een of ander praatprogramma, een ‘tokshow’ zei mijn opa altijd, waarin niet zijn gasten belangrijk waren of zo, maar alleen die man uit een of ander provincie nest kwam, die een fiets nog niet kon onderscheiden van een brommer. (Oh, doet hij dat nog steeds en kan hij dat nog steeds niet? Kan, mijn leven is een tijd weggeweest, zeg maar.) 
Beide mannen waren toevallig wel gek op wielrennen en keken soms met zijn beiden, maar in ieder geval keek in ieder geval mijn pa, veel bij ons thuis, naar de koers. En met veel plezier en met veel genoegen, omdat hij, opa, er achter was gekomen dat hij ook een Belgische zender had, waarop er in die tijd al, heel kundig commentaar werd gegeven.
De Duitsers zeggen het zo fraai: “Wie ein Jungfrau zu kind kommt”, zo kwam ik bij het “zelf” gaan fietsen uit. Mijn grootouders en mijn ouders gaven me mijn eerste racefietsje, een echte Concorde. Ik heb het ding jaren lang bereden, gepoetst, onderhouden en er de halve wereld mee rond gereden, nu ja, qua kilometers dan en niet geografisch. Toen begon ik met mijn studie en raakte de fiets een beetje op de achtergrond, maar, toen ik wat ging verdienen, kocht ik mijn eerste en echte racefiets en meteen een dure, een Giant Team replica. Het was in de jaren van de ONCE ploeg, die enorme successen oogstte op dat merk Taiwanese fietsen. Maar, een (1) fiets is geen fiets en dus had ik als nel een viertal chique fietsen staan. Niet allemaal Giants, hoor, ik kocht ook nog eens twee dure Binachi’s en zo erbij. Ik had nu voor 24 ruggen in euro aan fietsen in mijn huis. (Maar daar had ik wel zwaar voor moeten lenen.)
Ik sloot me aan bij een club toerfietsers in de stad waar ik mijn eerste baan had. En, ik ging, de familie gedachte volgend, de linkse advocatuur in. Laat ik kort zijn: Na een aantal maanden was ik die linkse bullshit helemaal beu. Links lullen en rechts vullen en zo. Ik had veel krakers in mijn kring van cliënten. Soms waren het magere mannetjes en meisjes die echt een ideologie hadden, vaker waren het zoontjes en dochtertjes van BN’ers. Hun kinderen waren het vele Tv gedoe en het “ik kom weer eens op shownieuws” gedoe van pa en ma helemaal zat en soms wisten ze zelfs niet eens wie de echte of biologische pa of ma waren. Vaak wisten de pa’s en ma’s dat ook niet meer, doordat frequent vreemdgaan eerder de norm was in dat vreselijke wereldje. En geloof me, ik heb heel veel van die kinderen van die BN’ers in mijn klantenkring gehad hoor en dus, soms direct, soms indirect ook de ouders van hen. Neem een ding van me aan, de doorsnee roddelrubriek op de Tv of in de bladen zegt nog geen procent van de reële werkelijkheid. 
Zoals gezegd, die linkse Hanenkammen, ik was het helemaal zat. Der zat ook geen enkele cent in, eigenlijk. Maar door het contact met de pappa’s en mamma’s van die verwende krengen, kreeg ik ook contacten met de kringen waar in die mensen verkeerden. Vrij foute kringen, als ik eerlijk moet zijn. Dus stapte ik over naar een goed en waarschijnlijk in jullie ogen, rechts kantoor. En nee, dat was geen baan bij het kantoor van het bekende geslacht advocaten uit het zuiden van het land, met een Oost-Europese en misschien wel Joodse naam. Een geslacht advocaten dat welhaast een dynastie werd met goede en slechte takken aan de boom. (Achteraf blijkt dat de boom meer slechte dan goede takken bezit, overigens.) Nee, een kantoor zoals je het ooit wel eens zag op Tv, ik ben die naam natuurlijk kwijt, logisch ook, met mijn verleden, maar waar allemaal goede acteurs aan meededen. Oh ja, Keizer en De Boer, kan dat?
Daarna, ik had een goede en harde leerschool gehad, ging ik mijn eigen kantoor oprichten. De fiets bleef vanaf dat moment weer in mijn leven, soms iets frequenter gebruikt, soms iets minder, maar wel altijd onder hand bereik.
Ik kwam vooruit in de wereld, mijn kantoor, nu ja ik en een sloot aan secretaresses, begon naam te maken ook doordat de vroegere chefs met de moeilijke namen me af en toe zaakjes toe schoven en ik wat dubieuze zaken won en opeens stroomde het geld binnen. BINNEN! Ik bedoel echt BINNEN. Was ik op 1 mei nog een jong advocaat met nauwelijks een clientèle en veel Pro Deo zaken, dus met geen tot nauwelijks inkomen, op 1 augustus van dat zelfde jaar, kon ik negenhonderd euro per consult, per consult he, niet per opdracht, vragen. Dat had natuurlijk een reden en die reden heette Samuel White. Wat hij niet was. White dan, want hij was zo zwart en glimmend als een goed gepoetst stel marinierslaarzen en net zo hard. En net zo doortrapt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten