Derde verhaal
Tja, en daarna begon het dus allemaal. Of liever gezegd, toen
eindigde het eigenlijk, moet ik meer precies zeggen. Hoe het allemaal wel begon, da’s vrij
snel verteld. Ik kom uit een, van oorsprong, rood nest, mag je wel zeggen. Mijn overgrootvader
was een van de mannen geweest die de spoorwegstaking van 1903, je weet wel (Als
Uw machtige arm het wil, ligt gans het raderwerk stil) mee organiseerde. Mijn
grootvader was weer heel actief betrokken bij de Februaristaking in 1941 (van dat beeld van
de dokwerker, op het Jonas Daniel Meijerplein) en mijn pa, deed in de jaren
zestig zijn best om te zorgen dat de USA zich terug ging trekken uit Vietnam.
(Yankee go home, Johnson moordenaar en zo).
Dus zou je zeggen dat ik in de jaren negentig zo een links studentje was, met
lang, vet en ongekamd haar en zo’n derde wereldbrilletje op en zo. Nou dat
klopt. Ik was zelfs even lid, sterker nog, medeoprichter van een ultra linkse studentenpartij
die ooit sympathiseerde met RaRa, die maffe club die ooit het huis van een
staatssecretaris in de hens stak en Hans Janmaat naar het leven stond.
Dat was dan wel voordat ik door kreeg dat in de linkse hoek absoluut geen ene cent te makken was en vooral niet genoeg poen te verdienen was om mijn redelijk dure hobby’s te kunnen betalen. En dat je van idealen en van linkse kreten niet echt brood kon kopen of een goede maaltijd. En nee, die hobby's waren toen nog geen witte lijnen die je door een bankbiljet in je neus liet verdwijnen of te dure en te verkeerde vrouwen, maar ik had in die jaren wel al een passie opgedaan die ook wel behoorlijk veel poen kostte, namelijk: "fietsen". Nu ja het werkwoord kost niet zoveel, eerlijk gezegd. Af en toe een bak koffie met een appelpunt, weet je niet, maar het zelfstandig naamwoord kostte meer en vooral als je het goed wilde doen.
Dat was dan wel voordat ik door kreeg dat in de linkse hoek absoluut geen ene cent te makken was en vooral niet genoeg poen te verdienen was om mijn redelijk dure hobby’s te kunnen betalen. En dat je van idealen en van linkse kreten niet echt brood kon kopen of een goede maaltijd. En nee, die hobby's waren toen nog geen witte lijnen die je door een bankbiljet in je neus liet verdwijnen of te dure en te verkeerde vrouwen, maar ik had in die jaren wel al een passie opgedaan die ook wel behoorlijk veel poen kostte, namelijk: "fietsen". Nu ja het werkwoord kost niet zoveel, eerlijk gezegd. Af en toe een bak koffie met een appelpunt, weet je niet, maar het zelfstandig naamwoord kostte meer en vooral als je het goed wilde doen.
Hoe kwam ik nu op die liefde voor beide soort woorden? Nou
ja, mijn grootvader en mijn ouwe heer, hoewel zo rood als het maar kan, hadden
allebei een pleuris hekel aan Mart S., kennen jullie hem? Een
zelf vergenoegde en door zich zelf steeds meer gepromote sport ouwehoer die allerlei
schaats- en wielerwedstrijden versloeg en becommentarieerde. Hij had dan vaak
op de late avond nog een of ander praatprogramma, een ‘tokshow’ zei mijn opa
altijd, waarin niet zijn gasten belangrijk waren of zo, maar alleen die man uit een of ander provincie nest kwam, die een fiets nog niet kon onderscheiden van een brommer. (Oh, doet hij
dat nog steeds en kan hij dat nog steeds niet? Kan, mijn leven is een tijd
weggeweest, zeg maar.)
Beide mannen waren toevallig wel gek op wielrennen en keken soms met zijn beiden, maar in ieder geval keek in ieder geval mijn pa, veel bij ons thuis, naar de koers. En met veel plezier en met veel genoegen, omdat hij, opa, er achter was gekomen dat hij ook een Belgische zender had, waarop er in die tijd al, heel kundig commentaar werd gegeven.
Beide mannen waren toevallig wel gek op wielrennen en keken soms met zijn beiden, maar in ieder geval keek in ieder geval mijn pa, veel bij ons thuis, naar de koers. En met veel plezier en met veel genoegen, omdat hij, opa, er achter was gekomen dat hij ook een Belgische zender had, waarop er in die tijd al, heel kundig commentaar werd gegeven.
De Duitsers zeggen het zo fraai: “Wie ein Jungfrau zu kind
kommt”, zo kwam ik bij het “zelf” gaan fietsen uit. Mijn grootouders en mijn
ouders gaven me mijn eerste racefietsje, een echte Concorde. Ik heb het ding
jaren lang bereden, gepoetst, onderhouden en er de halve wereld mee rond
gereden, nu ja, qua kilometers dan en niet geografisch. Toen begon ik met mijn
studie en raakte de fiets een beetje op de achtergrond, maar, toen ik wat ging
verdienen, kocht ik mijn eerste en echte racefiets en meteen een dure, een
Giant Team replica. Het was in de jaren van de ONCE ploeg, die enorme successen
oogstte op dat merk Taiwanese fietsen. Maar, een (1) fiets is geen fiets en dus had
ik als nel een viertal chique fietsen staan. Niet allemaal Giants, hoor, ik
kocht ook nog eens twee dure Binachi’s en zo erbij. Ik had nu voor 24 ruggen in euro aan fietsen
in mijn huis. (Maar daar had ik wel zwaar voor moeten lenen.)
Ik sloot me aan bij een club toerfietsers in de stad waar ik
mijn eerste baan had. En, ik ging, de familie gedachte volgend, de linkse
advocatuur in. Laat ik kort zijn: Na een aantal maanden was ik die linkse
bullshit helemaal beu. Links lullen en rechts vullen en zo. Ik had veel krakers
in mijn kring van cliënten. Soms waren het magere mannetjes en meisjes die echt
een ideologie hadden, vaker waren het zoontjes en dochtertjes van BN’ers. Hun
kinderen waren het vele Tv gedoe en het “ik kom weer eens op shownieuws” gedoe van pa en
ma helemaal zat en soms wisten ze zelfs niet eens wie de echte of biologische
pa of ma waren. Vaak wisten de pa’s en ma’s dat ook niet meer, doordat frequent
vreemdgaan eerder de norm was in dat vreselijke wereldje. En geloof me, ik heb
heel veel van die kinderen van die BN’ers in mijn klantenkring gehad hoor en
dus, soms direct, soms indirect ook de ouders van hen. Neem een ding van me
aan, de doorsnee roddelrubriek op de Tv of in de bladen zegt nog geen procent
van de reële werkelijkheid.
Zoals gezegd, die linkse Hanenkammen, ik was het helemaal zat. Der zat ook geen enkele cent in, eigenlijk. Maar door het contact met de pappa’s en mamma’s van die verwende krengen, kreeg ik ook contacten met de kringen waar in die mensen verkeerden. Vrij foute kringen, als ik eerlijk moet zijn. Dus stapte ik over naar een goed en waarschijnlijk in jullie ogen, rechts kantoor. En nee, dat was geen baan bij het kantoor van het bekende geslacht advocaten uit het zuiden van het land, met een Oost-Europese en misschien wel Joodse naam. Een geslacht advocaten dat welhaast een dynastie werd met goede en slechte takken aan de boom. (Achteraf blijkt dat de boom meer slechte dan goede takken bezit, overigens.) Nee, een kantoor zoals je het ooit wel eens zag op Tv, ik ben die naam natuurlijk kwijt, logisch ook, met mijn verleden, maar waar allemaal goede acteurs aan meededen. Oh ja, Keizer en De Boer, kan dat?
Zoals gezegd, die linkse Hanenkammen, ik was het helemaal zat. Der zat ook geen enkele cent in, eigenlijk. Maar door het contact met de pappa’s en mamma’s van die verwende krengen, kreeg ik ook contacten met de kringen waar in die mensen verkeerden. Vrij foute kringen, als ik eerlijk moet zijn. Dus stapte ik over naar een goed en waarschijnlijk in jullie ogen, rechts kantoor. En nee, dat was geen baan bij het kantoor van het bekende geslacht advocaten uit het zuiden van het land, met een Oost-Europese en misschien wel Joodse naam. Een geslacht advocaten dat welhaast een dynastie werd met goede en slechte takken aan de boom. (Achteraf blijkt dat de boom meer slechte dan goede takken bezit, overigens.) Nee, een kantoor zoals je het ooit wel eens zag op Tv, ik ben die naam natuurlijk kwijt, logisch ook, met mijn verleden, maar waar allemaal goede acteurs aan meededen. Oh ja, Keizer en De Boer, kan dat?
Daarna, ik had een goede en harde leerschool gehad, ging ik
mijn eigen kantoor oprichten. De fiets bleef vanaf dat moment weer in mijn
leven, soms iets frequenter gebruikt, soms iets minder, maar wel altijd onder
hand bereik.
Ik kwam vooruit in de wereld, mijn kantoor, nu ja ik en een
sloot aan secretaresses, begon naam te maken ook doordat de vroegere chefs met
de moeilijke namen me af en toe zaakjes toe schoven en ik wat dubieuze zaken
won en opeens stroomde het geld binnen. BINNEN! Ik bedoel echt BINNEN. Was ik op 1 mei
nog een jong advocaat met nauwelijks een clientèle en veel Pro Deo zaken, dus
met geen tot nauwelijks inkomen, op 1 augustus van dat zelfde jaar, kon ik negenhonderd euro per
consult, per consult he, niet per opdracht, vragen. Dat had natuurlijk een reden en die reden
heette Samuel White. Wat hij niet was. White dan, want hij was zo zwart en
glimmend als een goed gepoetst stel marinierslaarzen en net zo hard. En net zo
doortrapt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten