dinsdag 31 januari 2017

Verdwenen (3)



Natuurlijk liep hij wel met plannen rond om op zoek te gaan naar zijn pa, maar waar moest hij beginnen? François Willems was nu niet echt een naam die heel zeldzaam was in het Vlaamse.
De breuk met Jo Janneke die zich al een tijd had aangediend kwam er uiteindelijk vrij dramatisch en banaal. Het was op een van die schaarse feesten van haar waarop hij mee was gegaan. Het werd gehouden in het chique kantoor op de Herengracht en het was ter ere van een order die het bureau ‘Keizer, de Heer en Friesema’ had binnengesleept van een groot Amerikaans bedrijf. Er werd veel gedronken en ook hij had een paar biertjes op en was in gesprek geraakt met de ‘Friesema’ van ‘Keizer, de Heer en Friesema’. Een werkelijk stomvervelende, platvloerse yup die, behoorlijk bezopen, het de hele tijd had over zijn nieuwe 4 weel drive en zijn huis op de Seychellen en dat zijn vrouw, z’n ‘meissie’ zoals hij haar steeds noemde, haar ‘jetsers’ had laten doen en dat hij dat daar dus  zo op had aangedrongen en nu ook, na de ingreep, zo lekker had gevonden. “Weet je”, had de lul gezegd, “een wijf moet er goed uitzien, natuurlijk. Dat is logisch, toch. Maar als mijn  meissie met haar tieten-spleet loopt te pronken en dan een of andere ouwe Yank het gevoel geeft dat hij moet investeren, dan is die operatie eigenlijk al betaald. Bovendien, ik hou ook nog eens van die grote jongens! Niet dat jij je te beklagen hebt, toch?” Zijn vrouw, een Kir royal in de hand kwam bij hen staan. Zij was, zoals Albert dat zou noemen, een totaal verkeerde grachtengordel teef, met teveel goud en te weinig IQ. Zij had trots haar ‘jetsers’ geshowd en ze, kirrend, bijna uit de verpakking gehaald. “Stevig man, met knoppen, jongen, als bromfietshandvaten”, had haar man gebrald. “Niet zo gerimpeld, maar wel zo groot”, had Friesema de mop af gerond, terwijl hij haar in een van haar omvangrijke borsten had geknepen. Philippe had angstig gewacht of er niet een van de ballons met een knal zou exploderen, maar dat was niet gebeurd. “Nee werkelijk Filip, jongen, dat wijf van mij heeft een gouden lijf, maar die Jo Janneke van je mag er ook zijn, hoor. Wat een lekkere reet heeft dat teefje zeg!” De blonde had wat sip gekeken bij die opmerking en Philippe  was pissig geworden en had naar huis gewild. Hij zocht Jo Janneke maar kon haar in de drukte niet vinden. Hij zette zijn glas weg en ging op zoek naar haar. Hij dwaalde wat over de etage en zag in het achterhuis een deur op een kier staan. Hij hoorde een hijgende en extatische ademhaling die hij maar al te goed herkende. Hij had voorzichtig de deur open gedaan en in het in verrukking en een naderend orgasme verkerende gezicht gekeken van zijn vriendin, die half op een bureau lag, haar benen gespreid, het slipje om een enkel en haar voeten steunend op de schouders van een man die tussen haar benen hurkte en die doende was met zijn mond en vingers in haar kruis. Opeens had zij vermoedelijk iets gehoord en recht in zijn gelaat gekeken. Hij had de deur met een knal achter zich dichtgeslagen en was woedend en bevend van ellende weggerend. Die nacht had hij zich in slaap gehuild. Zij was niet thuisgekomen. De volgende dag, toen hij rond vijf uur ’s middags uit zijn werk was gekomen, waren haar spulletjes en haar kleding weg. Er had een kort briefje op de salontafel gelegen: ‘Sorry Philippe, ik had het niet moeten doen, maar ik heb er geen spijt van. Tussen ons zou het nooit iets meer worden. Dag, Jo.’

Dat was nu een week of drie geleden geweest. Hij had zich in die tijd meer en meer op zijn werk en zijn studie gestort en had in zijn vrije tijd steevast een lange fietstocht gemaakt. Ook had hij Marc maar weer eens opgezocht en die vertelde sterke verhalen uit zijn tijd in het peloton. Zijn moeder had hem getroost maar had ook wel kritiek op hem gehad. “Jongen, bijt dat meer van je af. Je hebt haar veel te veel vrijheid gegeven. Zo was je pa ook altijd!” had ze er wat raadselachtig op laten volgen. De vrienden hadden hem gesteund en zelfs Albert, de broer van Jo Janneke, had alleen maar kritiek op zijn zus gehad en had gezegd dat hij steeds op zijn steun kon rekenen. Om de pijn en verdriet van hem wat te verzachten en om zijn gedachten af te leiden hadden ze een afspraak gemaakt voor een weekendje weg, naar de Ardennen. Lekker, hotelletje, biertje en een beetje fietsen, toch? “Luiks wafeltje voor onderweg en een paar leuke routes uitstippelen, Phil, dat kun jij goed.” Had Peter beslist. Hij had er verdorie zin in gehad en had ook, met behulp van Google maps en zijn kaarten verzameling een tweetal leuke routes uitgezocht. Hun standplaats zou Pepinster worden, waar ze een leuk hotelletje zouden boeken. Maar toen het afgesproken weekend naderde bleek dat de vrienden geen van allen konden. Albert had een ‘verloofde’ gevonden. “Nee, jongens”, het is nu echt, echt serieus. Dit is niet zo maar een scharrel, maar volgens mij is dit de grote liefde, weet je wel. En we gaan het weekend naar het huisje van mijn ouders in Eerbeek, dus ja, nee, ik, eh, nee ik zeg af”, had Philippe via zijn Voice mail gehoord. Peter moest ook forfait geven. “Ja, weet je Philippe, die grote zaak tegen die afperser van die advocaat, die moet ik voorbereiden. De zaak staat vervroegd op de rol door al die media aandacht en hij komt maandag al voor. Sorry man, maar, dan ga je toch gewoon met Ger!” Maar Ger kon ook al niet, had zijn vrouw Lieneke laten weten. Hij had in een gesprek met een cliënt een ongelukkige opmerking gemaakt, althans volgens die cliënt en die had hem een pak slaag gegeven. Nu zat die cliënt dan wel weer vast, maar Ger ook, want die mocht van de ‘spoedeisende’ een week geen overmatige inspanningen doen en het bed houden, op verdenking van een lichte hersenschudding. Hij wilde het weekend dan maar cancelen, maar, toen hij op een avond bij zijn moeder was wezen eten, had die hem aangeraden toch gewoon te gaan. “Het verzet je zinnen jongen, en je doet het graag. En wie weet ontmoet je een leuk en sportief meisje. Die Waalse vrouwen mogen er zijn hoor!” En ook zijn filiaalmanager had hem aangeraden een weekend weg te gaan. “Sterker, man, neem de hele week.  De drukte is voorbij nu na voorjaarsdagen. Je afdeling draait lekker, je loopt goed voor op de omzet. Ik vraag aan Kees of die een dag extra wil werken, en zo lossen we dat op.” Kees was een wat oudere werknemer die een wat schimmig verleden had en vroeger  zeeman was geweest. Hij beheerste zijnvak als geen ander, maar had helemaal geen zin om een leidinggevende positie te willen bekleden. “Want dan mot ik vergaderen”, had hij wat nors gebromd toen men hem die vraag had gesteld, “en aan vergaderen heb ik de pleuris.”
Zo kwam het dat hij die vrijdagmiddag in zijn dooie eentje in het ‘Chambre Tourisme’ hotel aan de Rue Neuve incheckte. ’s Morgens had hij zorgvuldig zijn Giant Defy uit elkaar gehaald en de fiets zorgvuldig op de achterbank van zijn Japanner gestald, nadat hij de bank zorgvuldig bekleed had met een plaid en daarover een stuk noppenfolie. Hij hield niet zo van fietsdragers, nadat hij een keer had gezien hoe zo’n apparaat met twee fietsen erop van de trekhaak van een auto was gevallen, en direct daarop overreden was door een achteropkomende vrachtwagen van Simon Loos, die geen tijd meer had om te remmen of om het gevaarte te ontwijken. De bezitters van het ex-fietsenrek en de ex-fietsen hadden helemaal niets gemerkt van het voorval, tot dat een gozer op een brommertje het tweetal, het was een ouder stel mensen geweest, allebei gekleed in van die Gaastra jassen, hun op de ramp opmerkzaam had gemaakt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten