woensdag 31 december 2014

13 Waar ben ik?


.. heb geen idee. WTF ben ik? Goh man, wat een pijn in mijn knar, tjeez. Langzaam werd ik wakker en opende mijn ogen. Dat was geen goed idee. De spierkracht die met die handeling gepaard ging veroorzaakte een omgekeerd evenredige reactie in het centrum dat pijn aangaf. Heel even durfde ik de oogleden open te houden en zag een wereld van, nee, niet wit, maar bruin, veel bruin en veel, wat is dat, hout of zo? Toen gaf het pijn centrum aan dat ik weer rap de enorm pijnlijke spierbundels die mijn oogleden besturen, rust moest geven. Ja, bevel is bevel.

Na tijden deed ik ze toch maar weer open. Ja, mensen (dieren ook, natuurlijk) willen altijd zien waar ze zijn zodat ze zich kunnen verdedigen tegen eventuele aanvallers of uit gevaarlijke oorden kunnen ontsnappen. Vagelijk had ik een gedachte, een soort herinnering, dat ik op of in een ziekenzaal lag. Nu ja, er was veel wit te zien geweest en ook het bed waarop ik lag was helder wit, met zo een sprei, je kent ze wel, uit die ouderwetse ziekenhuis series die je af en toe ziet op de BBC of zo. Nee? Raaskal ik? In elk geval merkte ik dat ik ergens lag waar mensen medische handelingen verrichten want, aan mijn pols te voelen en te zien, zat daar een infuusnaald in, die ik heel langzaam terug kon ‘tracen’, ja een beter woord valt me nu niet in, naar zo een ouderwetse standaard, waar er vier haken aanzitten. Zo’n verrijdbaar ding, zeg maar. Nou ja, ik kwam dus weer langzaam tot mijn positieven en mens, wat had ik een knallende pijn in mijn kanis.

Ik liet mijn ogen langzaam naar boven glijden, langs de doorzichtige en flexibele slang die vanuit mijn pols, waar een naald zat die was vast getapet met pleister naar de infuus zak die een halve meter boven mijn hoofd hing. Ik trachtte het woord, de woorden, te ontcijferen, die op die op die zak stonden maar verder dan een paar cijfers en een komma, iets van 0,9 N en C kwam ik niet. Ik had ondertussen wel dorst al een gek en moest pissen als een gek ventje. Als ik, zo beredeneerde ik vaag, nu in een ziekenhuis zou liggen, de kans daarop was groot aanwezig, gezien het bed, de witte lakens en het infuus, moest er ook ergens een belletje zijn om een zuster te laten komen. Maar een dergelijk belletje of schel of zo, zag ik niet.

Ik zal wel weer weggegleden zijn, geloof ik, want toen ik weer wakker(der) werd stond er een jonge dame aan mijn bed, die mijn pols opnam. Nu ja, ze had twee koele vingers op mijn polsslagader gelegd en had een soort zandlopertje voor haar ogen en ze prevelde de tellen van mijn hartslag mee. Het was een leuke meid. Ze had een donkere bos krullen, wat ik er van kon zien dan en droeg een ja, een wat? Het leek wel een soort harnas of zo. Nee, nee, daar bedoel ik niet mee dat ze in het ijzer of zo gekleed ging, maar haar zusters kleding liep vanaf haar nek tot aan bijna haar enkels. Daarbij had ze ook nog eens een kapje op, je kent ze wel, van die ouderwetse soort waar ooit eens de zusters uit die oude en ouderwetse Tv serie: De vliegende non mee waren uitgerust. Ze keek me aan, haar, nog steeds koele, bijna kille, handen strekten zich uit naar mijn oogleden en ze legde haar niet te warme vingers zo dat ze in mijn oog zakken, heet dat zo, kon kijken.

Daarna kwam er een zweem van een glimlach op haar blanke, fraaie en door krullen omzoomde smalle gelaat. De licht groene ogen leken even op te lichten en ze knikte kort met haar hoofd. Ze mompelde iets dat ik niet verstond in een taal die ik, denk ik, niet verstond, legde even haar andere hand, die ook heerlijk koel was, bijna koud ook zelf, op mijn rechter wang en gaf een kort knikje.

Ik moest nog steeds piesen als een rund en had dorst voor vier zeelui tegelijk. Ik trachtte haar uit te leggen wat ik bedoelde maar ze had het al gemerkt, schijnbaar en gaf me een stenen kroes met koud water en gaf me een emaillen platte fles, die me aan een urinaal deden denken.

Ik nam een paar hele dankbare slokken van het frisse water, water? Het leek meer op thee en het was heel verkwikkend. In een vorig leven, zeg ik dat goddomme nu goed, een vorig leven? Had ik die meuk uitgespuugd, maar nu leek het een godendrank.

Ik wilde de fles aanleggen aan mijn onderbuik, mijn blaas knapte zo wat, onderhand, maar ze gebaarde dat ik, nu ja, ik weet niet wat ze gebaarde, maar ze nam de platte fles aan, ging met haar hand onder de dekens en legde mijn penis in de opening. Man, normaal zou ik het heerlijk hebben gevonden als een vrouw, mijn lid in hun handen nam. Maar nu voelde ik een absolute beschaamdheid. Ja, zelfs tegen deze verpleegster. Maar zij, zij was zo professioneel en tegelijk zo afstandelijk en zo, ja, hoe moet ik het zeggen, zo a seksueel, noem het maar zo, dat ik haar handeling nauwelijks op merkte.

Ik ontlastte me, grijnsde en zuchtte daar hard bij, zoals mannen doen die een tijd hun blaas niet hebben kunnen legen en wilde haar bedanken voor haar handeling. Ze glimlachte slechts en nam de fles bij me vandaan. Even beroerde haar hand mijn geslacht nog eens met een soort doekje. Ik schrok. Er leek een soort elektrische schok door mijn lijf te gaan. Een schok die niets met stroom of seksuele prikkel te maken had, dat helemaal niet.

Ik kan het niet zeggen, nu. Maar, als ik een poging doe? Het was iets dat ja, Goh man, jullie lachen me allemaal uit. Het was iets, ik heb de Lord of The Rings gelezen en de film meerdere malen gezien, maar het leek me iets uit die film. Iets van Elven?






Geen opmerkingen:

Een reactie posten